Door Heleen J. Boxma
In de ban van Wildebras
Wildebras is een van de weinige poppenmerken die ons land ooit had. De fabriek bestaat al lang niet meer. Maar verzamelaars houden dit stukje ‘industrieel en cultureel erfgoed’ in hoge ere.
Wildebraspoppen werden gefabriceerd door speelgoedfabriek ’t Poppenrijk van de gebroeders Nolles in Steenwijk. Aanvankelijk was het een tabaksfabriek, maar tijdens de tweede wereldoorlog deed zich een groot gebrek voor aan tabak en aanverwante mate
ria
len. Daarom werd gezocht naar een alternatief om de medewerkers aan het werk te houden. Dit werd gevonden in de fabricage van lappenpoppen.
In 1946, dus pal na de oorlog rolden de eerste gezichtjes van papier-maché van de band. Later gevolgd door hele hoofdjes en weer later door rompen en ledematen.
In 1953 werd de naam Wildebras een gedeponeerd handelsmerk.
De onderneming groeide gestaag. In 1957 ging de fabricage van papier-maché poppen over op de productie van plastic poppen, gevolgd door andere moderne mate
ria
len.
De papier-machés zijn de meest begeerde verzamelpoppen. Om nu te zeggen dat het schitterende poppen waren? Eigenlijk niet. Al vele decennia daarvoor werden er immers al poppen van dit mate
ria
al gemaakt die qua schoonheid en gevoel voor detail de wildebrassen zondermeer zouden verslaan. De wildebrassen waren grof van afwerking. Maar wellicht dat de poppenmoeder hierdoor juist haar fantasie zo goed op deze poppen kon projecteren. Omdat er niet veel karakter van de poppenkoppen uitstraalde.
Overigens, het was ook niet de bedoeling van het Poppenrijk om gelikte poppen te maken. Integendeel. Men probeerde de productie zo voordelig mogelijk te houden. Zodat het speelgoed voor veel beurzen betaalbaar was. Hoewel, de grote babypop kostte rond 1950 toch 25 gulden. In een tijd dat salarissen 25 gulden per week geen uitzondering waren.
Typen
De kleertjes waren heel erg afgestemd op het beeld van die tijd. En mooi afgewerkt.
Ze hadden plastic schoentjes aan. Ook verschenen er poppen in klederdracht. Héél veel poppen in klederdracht. Grote en kleine. Die zijn nu ook nog veelvuldig verkrijgbaar. Zelfs op rommelmarkten of bij de Kringloopwinkel kom je ze nog geregeld tegen. En vaak voor een appeltje en een eitje te koop.
Dit komt omdat velen niet weten dat het plastic gevalletje in het – toch al niet zo begeerde – klederdrachtsetje een echt Wildebrasje is. Vaak zijn de voor de sier in wol geklede popjes, zoals die door oma nog gehaakte wijde jurkjes met bijpassende hoedjes, echte Wildebrasjes.
Maar laten we eerst nog even terugkeren in het verleden van ’t Poppenrijk.
Na de periode van papier-maché werd in 1957 overgestapt op het gebruik van polyethyleen, een wat zachtere plasticsoort. Het mate
ria
al kon zo veel ellende weerstaan, dat Wildebras ze onverwoestbaar noemde. Dat was deels ook wel waar. Ze konden in bad, wat met papier-maché niet kon. Er kon mee worden gegooid, er kon geen verf afstoten. Ze waren licht in gewicht. Kortom: fijn speelgoed. En…. veel goedkoper dan papier-maché.
Een van de eerste poppen van dit mate
ria
al waren de zogenaamde wipneusjes. Waarom ze zo werden genoemd spreekt voor zich.
Men streefde naar kwaliteit, maar was ook zuinig en spaarzaam. Polyethyleen van mindere kwaliteit werd gebruikt om er zwarte poppen van te maken. Er werd gewoon een donkere kleurstof aan het plastic toegevoegd.
Wildebrassen verschenen in alle soorten en maten. Ook als etalagepoppen, die kleine kindermaten pasten. De mallen toonden niet bepaald een grote variëteit.
In 1960 kwamen de eerste poppen met ingeplant haar op de markt. De poppen met een paardenstaart hadden slechts gedeeltelijk ingeplante haren. En… ja hoor, de hoofden kwamen van dezelfde mallen als de poppen daarvoor.
In 1964 maakte Wildebras pas gebruik van vinyl voor de hoofden. En dat was laat. Vinyl was al lang in het buitenland in gebruik genomen. Ook ging ´t Poppenrijk mee in de Barbie rage. Zij het met een heel specifiek eigen popje, Willy Wildebras. Uiteraard had Willy een eigen kledinglijn.
Brand
De fabriek maakte niet alleen poppen. Ook beren van polyethyleen, blokken, constructiespeelgoed en ander speelgoed kwamen er van de band. Het ging allemaal goed tot ca 1960. Toen was het bedrijf met ruim honderd werknemers op zijn hoogtepunt. Tot er zware concurrentie kwam vanuit landen als Japan, Italië en China. In 1973 is ´t Poppenrijk verkocht. Echter, in 1976 legde een grote brand de fabriek in de as. Dit betekende het definitieve einde van ´t Poppenrijk.
Hebt u onduidelijkheden of (nog erger) onjuistheden ontdekt, laat mij dat dan even weten. En uiteraard ontvang ik ook graag waarheidsgetrouwe aanvullende informatie!
Via de homepage vindt u enkele Wildebraspoppen die bij Poppenwinkel.com te koop zijn
Co
pyright Pers- en tekstbureau Heliant, Didam